Indicaties
voor de Utermöhlen-prismabril
Leesstoornissen / dyslexie
Hoofdpijn
Whiplash
Bewegingsziekte
Ziekte van Ménière / duizeligheid
Leesstoornissen
in het algemeen, waaronder ook dyslexie
Om goed te kunnen lezen is het noodzakelijk dat het beeld stilstaat en
scherp blijft, er geen verspringingen of verschuivingen optreden en de
regels nauwkeurig gevolgd kunnen worden.
Bij leesstoornissen, hetzij bij het léren lezen in het begin of
blijvend moeilijk lezen, hetzij dat deze op latere leeftijd ontstaan bijvoorbeeld
ten gevolge van trauma, ziekte's zoals CVA en dergelijke ligt hierin vaak
een probleem. Bij dyslexie komt dit nog duidelijker naar voren.
Een Utermöhlen-prismabril is hierbij een waardevol hulpmiddel.
LET WEL: Omdat bij dyslexie sprake is van een vertraagde automatisering
van complexe taken, zoals o.a bij lezen, schrijven en veel fijn-motorische
verrichtingen is een multidisciplinaire aanpak vaak noodzakelijk. Naast
remedial teaching en orthopaedagogische hulp moet er dus ook altijd aandacht
zijn voor de motorische, auditieve en visuele componenten.
LET WEL : een drager van een Utermöhlen-prismabril
hoeft niet per definitie dyslectisch te zijn.
Achtergronden:
-Het tekortschieten van deze oogcoördinatie bij dyslexie is in de
literatuur uitvoerig beschreven door o.a. Pavlidis, Fowler, Kuipers en
Levinson en recent door Braswell. Deze onderzoekers toonden daarbij een
verband aan tussen een gestoorde samenwerking van ogen (visuele) en evenwicht
(vestibulaire), waardoor er onvoldoende controle over het opnemen en verwerken
van de visuele beelden ontstaat, met als gevolg leesproblemen.
In recentelijke publicaties spreken onderzoekers ook wel van een visuele
ruis, waardoor de zuivere waarneming en verwerking van de visuele
prikkels bij dyslectici bemoeilijkt wordt.
-Vanuit de fysiologie is bekend, dat signalen vanuit
de oogspieren, het netvlies en het evenwichtsorgaan in de kleine hersenen
aankomen en zodanig verwerkt worden, dat het beeld scherp en stil blijft
staan (vestibulo-oculaire reflex). Dit is vooral belangrijk bijvoorbeeld
bij oog- en hoofdbewegingen. Bij een oogcoördinatieprobleem is dit
controlesysteem gestoord en treedt er een discrepantie op tussen de bijdrage
door het visuele en vestibulaire systeem aan de waarneming en ook aan
de ruimtelijke oriëntatie.
Aanwijzingen
voor deze oogcoördinatie-problemen zijn:
- het overslaan van regels of woorden ( vaak kleine woordjes)
- het te veel en te lang blijven spellen.
- het vaker moeten lezen van de tekst om de inhoud te begrijpen.
- het niet lang achter elkaar kunnen lezen of halverwege de tekst steeds
meer fouten maken
- vaak wordt er geklaagd over dansende letters of wazig worden van de
tekst.
- last van tranende , prikkende ogen, in de ogen wrijven,
- hoofdpijn
- "uitgeblust thuiskomen" na een school- of werkdag of na lang
achter de PC zitten.
- In deze groep is het voorkomen van wagenziekte hoger dan gemiddeld (
zie onder indicatie wagenziekte ).
Bij jonge kinderen
zien wij ook vaak
- oog-handcoördinatieproblemen, zoals moeite hebben met bal -vangen,
knoeien bij het eten, stuntelig zijn ( brokkenpiloot), moeite met leren
fietsen, schaatsen,zwemmen, of over een luciferstokje struikelen. . Daardoor
zijn zij vaak onzeker naar de buitenwereld toe of maskeren zij dit door
clownesk gedrag.
Hulpmiddel:
Door de Utermöhlen-prismabril
kan men de tekst rustiger en zonder de bovenbeschreven klachten lezen,
waardoor de lesstof in de hersenen beter verwerkt kan worden. Doorgaans
is het voldoende als de bril als lees- en studiebril gebruikt wordt. De
bril bewerkstelligt een leereffect, reden waarom de prismata in de loop
van enkele jaren kunnen worden afgebouwd.
Multidisciplinaire
aanpak:
Een gerichte multidisciplinaire aanpak is vaak noodzakelijk om de dyslecticus
te leren om goed met zijn probleem om te gaan.
terug
naar boven
Hoofdpijn
Deze kan al dan niet in samenhang met het lezen en andere inspanning van
de ogen optreden.
Hoewel hier vaak meerdere oorzakelijke factoren aan te tonen zijn, speelt
ook meestentijds het verstoorde samenspel tussen oogspieren, netvlies
en evenwichtsorgaan een rol en kan de Utermöhlen-prismabril een grote
verbetering betekenen.
terug
naar boven
Whiplash
Door het doorgemaakte trauma is er ook vaak een verstoring in de visuele
en vestibulaire samenwerking.
Met klachten als onder het hoofdstukje
leesstoornissen zijn beschreven.
terug
naar boven
Bewegingsziekte
De signalen vanuit evenwicht, ogen en diepe gevoel in de spieren vanuit
de nek, zijn tijdens het rijden tegenstrijdig en veroorzaken een stoornis
in de handhaving van de orientatie en ruimtelijke waarneming.
In principe is dit geen afzonderlijke indicatie, maar bij 90 % van de
behandelde patiënten, die ook last van wagenziekte hadden, verdwenen
de klachten.
terug
naar boven
Ziekte
van Ménière / duizeligheid
Dit was de primaire indicatie, waarvoor Prof. dr. G.P. Utermöhlen
de prismabril ontwikkeld heeft. Juist bij dit ziektebeeld komt de slechte
samenwerking door ogen en evenwicht duidelijk naar voren.
Zowel
bij de ziekte van Ménière, als ook in zekere mate bij het
syndroom van Ménière kan de bril voorgeschreven worden.
De ziekte van Ménière is een aandoening van het binnenoor,
waarbij klachten van draaiduizeligheid, gehoorverlies, oorsuizen (tinnitus)
en evenwichtsstoornissen van vestibulaire aard.
Een aanval is vaak onvoorspelbaar, en kan heel wisselend van duur zijn.
Voor de patient en omgeving is dit zeer ingrijpend (patient is een tijdlang
volledig "van de wereld").
Na de aanval zijn er vaak nog langere tijd gevoelens van "onevenwichtigheid",
die versterkt worden door o.a. drukte. Ook het gehoorverlies en de soms
voortdurende aanwezige tinnitus is erg hinderlijk. Na elke duizeligheidsaanval
moet de patient vaak weer een stukje kwaliteit inleveren.
Uit een evaluatieonderzoek (Vente / de Wit) blijkt dat 60 % van de met
een Utermöhlen-prismabril behandelde patiënten vrij is van duizeligheidsaanvallen,
terwijl nog eens 20% aangeeft duidelijk minder last te hebben, ook zonder
antivertiginosa. Ook het onevenwichtigheidsgevoel vermindert
sterk.
Opmerkelijk is dat juist ernstige gevallen (qua frequentie en intensiteit)
zeer goed reageren op de prismabril.
Ook
duizeligheidsproblemen van andere aard kunnen gunstig reageren op de Utermöhlen-prismabril,
omdat ook hier weer de signalen van de evenwichtsorganen, de ogen en het
diepe gevoel niet correct verwerkt worden .
Voor
uitgebreidere informatie over de ziekte van Ménière verwijs
ik u verder naar de website van mijn collega P.E.M Vente: www.pemvente.com
Voor
meer achtergronden over duizeligheid in het algemeen verwijs ik u naar:
www.kno.nl/voorlichting/duizeligheid.php
|